• Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Natuurbeheer

De Pioniers gaat zorgvuldig om met natuur. Door zo natuurlijk mogelijk te beheren krijgen meer planten en dieren een kans en valt er dus meer te beleven. Heemtuintjes 'de punt'  en 'de komma', de boomsingels en de oevers worden zoveel mogelijk ecologisch beheerd. Alles bij elkaar gaat het om ongeveer 1 hectare openbaar groen. Planten en dieren vinden hier een toevluchtsoord binnen de compacte stad Utrecht. Zo draagt de vereniging haar steentje bij aan meer natuur in de stad.

  

De Punt
Ooit lag hier een grasveld dat werd beheerd als gazon, wat 20 maal per jaar maaien inhoudt. Totdat een aantal enthousiaste leden elkaar vond in het idee om het hier interessanter te maken In maart 2001 veranderden zij het gazon bij de ingang aan de Kögllaan in een poel, omgeven door bloemrijk hooiland. De uitgegraven klei werd rond de poel verwerkt. De ondiepe poel is geschikt voor jonge vis en amfibieën. Op één plek werd zand bijgemengd, waarmee meer variatie in de bodem ontstond. Rond de poel werden drie takken van de schietwilg (slieten) in de grond gestoken. In de natte klei schieten ze direct wortel. Ze worden gesnoeid tot knotwilg. De buigzame wilgentakken worden gebruikt om gevlochten afscheidingen te maken.

Direct na het graafwerk kon worden ingezaaid met een bloemrijk kruidenmengsel. Daarin zitten pioniersoorten die vooral het eerste jaar voor fleur zorgen (klaproos bijvoorbeeld) en soorten die meer blijvend zijn (rolklaver). Na verloop van tijd komen er steeds meer soorten die op deze zware, vruchtbare en vrij natte bodem thuishoren.  Je kunt dus gerust spreken van een heemtuin: een tuin waarin heemplanten (planten uit de streek) groeien. Heemplanten weten, meer dan cultuurplanten, een rijke insectenwereld aan te trekken. Er is dus altijd wat te beleven. Vanaf april wordt het mooi met de bloei van dotterbloem en pinksterbloem. In juni staat alles volop in bloei met het verschijnen van de vaalwitte bloemenschermen van wilde bertram, gele rolklaver en paarsroze knoopkruid.

Een heemtuin is een hoop werk. Woekeraars worden onder controle gehouden. Dat zijn vooral ridderzuring, akkerdistel en grote brandnetel. Ridderzuring wordt afgestoken, akkerdistel uitgetrokken en brandnetel weggemaaid. Achter de struiken blijft de brandnetel wél staan: deze plant is namelijk gastheer voor de rupsen van maar liefst 20 soorten dag- en nachtvlinders. Soms worden er planten bijgepoot, in de hoop dat ze zich zullen uitbreiden. Voorbeelden zijn het waterdrieblad, wateraardbei in de poel en beemdooievaarsbek in het grasland. In de nazomer, zodra de rijpe zaden gevallen zijn, wordt er gemaaid. Het maaisel wordt afgevoerd, zodat de bodem langzaam armer wordt en liefhebbers van stikstofrijke (voedselrijke) omstandigheden, zoals brandnetel, het zwaar krijgen. Dat maaien gebeurd gefaseerd, dus niet alles tegelijk, om insecten de kans te geven een toevluchtsoord te zoeken.

Het is elk jaar weer spannend welke soorten er verschijnen, uitgebreid zijn of verdwenen zijn. Want natuur zorgt altijd voor verrassingen. Zo verscheen er in 2005 plotseling de brede wespenorchis; een wettelijk beschermd soort!  Er zijn hier in 2007 ruim 140 inheemse plantensoorten geteld.

De Komma
Na de punt was een volgende grasveld aan de beurt: "de komma" aan het einde van de Perenlaan. Vanaf een bankje is hier van alles op en in het water te zien. Behalve waterhoen, meerkoet en wilde eend bezoeken viseters het gebied regelmatig: blauwe reiger, aalscholver en ijsvogel.

Door de groep van de Punt is het terrein van de Komma in 2006 vergraven om een afwisseling van droge en natte plekken te krijgen. Daardoor krijgen veel plantensoorten een kans zich hier te vestigen. Om de natuur een handje te helpen is de kale grond ingezaaid met een zadenmengsel van inheemse plantensoorten die op klei thuishoren, zoals margriet en kattenstaart. Helaas heeft zevenblad zich ook stiekem kunnen vestigen. Omdat deze plant andere soorten verdringt wordt het terreintje opnieuw  'op de schop genomen'.

Boomsingels
Om snel luwte te bieden plantte de gemeente bij de aanleg in 1960 een boomsingel met snelle groeiers, zoals grauwe abeel, zwarte els en es. De struiklaag is heel soortenrijk en heeft veel besdragende heesters: vogelkers, gele kornoelje, hondsroos, gewone vlier en meidoorn zijn typerend.
Snoeihout wordt in takkenrillen in de singel gelegd. De rillen geven bescherming aan zangvogels en zoogdieren. Ook vinden ze hier volop voedsel. Vooral winterkoning en heggenmus zijn hier graag. Egels brengen er hun winterslaap door. Padden en salamanders vinden hier een geschikt landbiotoop. In de boomsingels zijn nestkasten opgehangen voor verschillende soorten vogels, onder andere torenvalk en boomkruiper. In de singel bij de speeltuin hangt zelfs een vleermuiskast. Deze is bedoeld als zomerverblijf voor  vleermuizen die hier in de luwte van de bomen graag voedsel zoeken.

Water
De vijvers aan de noordrand van het park zijn ontstaan na de aanleg van Voordorp in 1990. Er zwemmen altijd waterhoentjes, meerkoeten en wilde eenden en het zit vol jonge visjes. Een kleine greep: bittervoorn, ruisvoorn, zeelt en brasem.  In de vijvers komt de zwanenmossel voor: een zoetwatermossel met prachtig parelmoer aan de binnenzijde van de schelp. Deze mossel leeft in symbiose met de bittervoorn. Dit visje legt haar eitjes in de zwanenmossel. Zodra de jonge visjes zijn uitgekomen verlaten ze de bescherming van de mossel. Als tegenprestatie nemen de jonge visjes mossellarven mee de wijde wereld in; ze blijven namelijk aan de visjes kleven.

Die rijkdom aan kleine visjes is de ijsvogel niet ontgaan. De kans is groot dat je hem als blauwe schicht laag over het water ziet gaan. De grote wilg aan de overzijde is voor deze vogel een favoriete uitkijkpost. Een andere visliefhebber is de aalscholver; deze veelvraat viste in zijn eentje in 2008 alle grote vis weg.

In de oevers van de vijvers en sloten groeien verschillende waterplanten: zwanebloem, grote waterweegbree, moeraswalstro, gele lis, dotterbloem en kattenstaart zijn kenmerkend. In de bescherming van deze planten leven bruine kikker, middelste groene kikker en kleine watersalamander. Een enkele keer duikt er een ringslang op; op jacht naar zijn favoriete hapje: kikkers. In 2009 zijn in de composthoop van de schooltuin zelfs ringslangeieren gelegd en uitgebroed.

Iets bijzonders gezien?  
Het aantal soorten planten en dieren dat geschikt leefgebied op het park vindt is verrassend groot. Ieder jaar worden tellingen gehouden. Alle waarnemingen bij elkaar geven een goed beeld van de natuur en de veranderingen daarin.  Ook als bezoeker kun je hieraan bijdragen; door je waarnemingen door te geven. Ga naar waarnemingen.-> link naar 5.6

U bent hier: BEZOEKERS natuurbeheer